Trainen, trainen, trainen

Geef toe, als je ergens goed in wilt zijn, moet je veel en vaak oefenen. Met hardlopen is niet anders. Het is niet alleen dat je fit moet zijn, het moet ook in je hoofd zitten. Hoe loop je een parcours, hoe bouw je een wedstrijd op? Dat soort dingen. Maar al te vaak zie ik (naar ik aanneem) beginners in een wedstrijd netjes aan de linkerkant van de weg blijven lopen, terwijl de bocht naar rechts gaat. Dat zijn extra meters die je niet hoeft te maken.

Toch komt het merendeel van je vaardigheid in het hardlopen uit je training en dat is wat ik tegenwoordig heel veel doe.

Gisteren ben ik twee keer op pad geweest. Een keer ‘s-morgens en een keer ‘s-middags. In de morgen liep ik  hard over dit parcours:

Parcours training 24 augustus 2008
Parcours training 24 augustus 2008

Het viel niet mee om die zes keer 5.20 minuten hard te lopen, met 8 minuten herstel. De avond ervoor had ik immers een intensieve duurloop gedaan op de Kermisloop in Huijbergen. Toch is het me op de een of andere manier gelukt. Het is immers iets wat ik al eerder heb gedaan.

‘s-Middags ging ik even verkennen waar het inschrijfbureau van de hardloopwedstrijd is, die ik dinsdagavond wil lopen in Welberg (Steenbergen NB), de 10 km van Groot-Steenbergen. Dat is ongeveer 12 km van waar ik woon. De heenweg ging vrij soepel in 40 minuten, maar op de terugweg moest ik stevig doortrappen door de sterke tegenwind en toch deed ik er 3 minuten langer over.

Vanmorgen ging ik te voet naar de supermarkt, zo’n 1700 m verwijderd van waar ik woon. Deze keer ging ik echter via de bibliotheek in de binnenstad, om een boek in te leveren dat vandaag zou verlopen. Verder liep ik op de terugweg nog langs de AH, omdat ze daar goedkope vla hebben. In totaal was het ruim 6 km wandelen. Onderweg, zeker in het begin, dacht ik dat ik ontzettend moe was. Echter, gaandeweg viel die vermoeidheid van me af.

Dat laatste is ook iets wat ik merk in wedstrijden. Soms heb je het gevoel dat je niet meer kunt en de neiging om te stoppen is groter dan de wil om door te gaan. In dat soort omstandigheden kan ik terugdenken aan gebeurtenissen als vanmorgen. Hoe je je voelt op een gegeven moment stemt niet altijd overeen met de toestand van je lichaam.

Er is een verschil tussen moe en moe-moe, tussen je loom voelen en intens moe zijn. Dat is ook iets wat je leert tijdens de training (en het lopen van wedstrijden). Je kunt altijd nog een stukje verder dan je denkt. Het is het oprekken van de grens wat je vooraf voor mogelijk hield die het hardlopen als manier van leven zo interessant maakt.

Beginnelingen kijken op naar ervaren lopers die schijnbaar moeiteloos kilometers lopen en veel sneller dan zij ooit zouden kunnen (denken ze). De meeste van die ervaren lopers hebben niet meer aanleg voor hardlopen dan die beginners, alleen meer ervaring en een beter getraind (lees: fitter) lichaam. Het is de tijd die in de training is gestopt die het verschil maakt tussen een beginnende en een ervaren hardlopen.

Het is: trainen, trainen, trainen.

Dat is ook iets wat ik vanavond ga doen: 10 maal 400 m in 2.00 minuten, met 400 m in 3.00 minuten als herstel.