Vooruitblik Halve Marathon Brabant

Aanstaande zondag zal ik in Etten-Leur proberen om een halve marathon te lopen. Hoe zo proberen? Wel, de vorige keer, in 2002, mocht ik van de organisatie niet van start gaan, op last van de brandweer. En deze keer: harde wind verwacht. Storm is lastig te voorspellen, dus een harde wind kan zich net zo goed ontwikkelen tot een zware storm.

Maakt mij dat zenuwachtig? Wel nee! Er zijn nog zoveel halve marathons in de nabije toekomst die ik kan lopen. Maar als ik mag lopen, dan kan ik de meest recente wedstrijden als richtlijn nemen voor een voorspelling van de eindtijd. Merk op dat ik schreef “voorspelling” en geen “verwachting”. Een uitspraak wat je gaat doen in een wedstrijd is zeker geen wetenschap, gebaseerd op kennis. Miskleunen is altijd een optie, net als boven jezelf uitstijgen. Je weet het gewoon niet, je kunt hooguit speculeren. Dat is dus wat ik nu ga doen.

Op 14 september liep ik in Rotterdam 1.47.59. Drie weken later, op 5 oktober liep ik in Breda 1.43.56. Beide keren waren zeker niet onder ideale omstandigheden. In Rotterdam veel wind en in Breda veel regen. Nu, drie weken na Breda, op 26 oktober? Logica zegt mij: elke drie weken 4 minuten eraf. Daar zullen we het maar op houden, dan.

Nu plaatst dat de 10 km van afgelopen zondag in een vreemd daglicht. Immers 45.54 minuten over 10 km is 4.35 min./km en een halve marathon in 1.40 uur is 4.44 min./km. Als ik ervan uitga dat een halve marathon zo’n 7,5 procent langzamer gelopen wordt dan een 10 km, dan had ik afgelopen zondag een gemiddeld tempo dat omgerekend overeenkomt met de Singelloop (4.35 min./km, plus 7,5 % is gelijk aan 4.56 min./km).

Het verklaart waarom ik niet moe was achteraf en ’s avonds in staat was om een zware krachttraining te doen. Ik heb gewoon niet gepresteerd naar waartoe ik in staat was en me laten geloven dat het inhalen van loopgroepgenoten Jacques en Nico een goede prestatie was. Volgens mij had er wel anderhalve minuut minder ingezeten. Dat had me net een halve minuut achter loopgroepgenoot Léonhard laten finishen (waarvan ik niet eens wist dat die meedeed).

Leermoment: Geloof op geen enkel moment in de wedstrijd dat je het best goed doet. Achteraf kan je dat wel eens doen spijten dat je niet beter je best hebt gedaan.

Ik ga dus voor de 1.40 uur (4.44 min./km), omdat ik aanvoel dat het erin zit. Omstandigheden zijn geen excuus om langzamer te lopen, want die waren de vorige twee keer ook niet optimaal. Gewoon keihard inzetten.

Een groot verschil met de voorgaande keren is dat in Etten-Leur alleen de eerste vijf kilometerpunten zijn aangegeven, en daarna elke 5 km (met een verversingspost). De vorige keren kon ik me goed richten op de kilometerpunten en wat versnellen als dat mogelijk was (vanaf 16 km punt). Nu heb ik uiteraard een Polar RS200SD (gecalibreerd op mijn nieuwe schoenen) en dat zal mijn geheime (nu niet meer zo geheim dus) wapen zijn om die 1.40 uur te halen.

Zijn er bekenden van mij die meedoen? Vast wel. M@urice zal er in elk geval niet zijn als hardloper, want die zit met gebitsproblemen in de lappenmand (beterschap!). Ik verwacht ook nog enkele hardloopwebloggers en Chat’n’Runners, maar niemand van mijn loopgroep. Die hebben allemaal nog de marathon van Eindhoven in de benen zitten (en Rob gaat naar Terschelling, een weekend later).

Echter, als er een ding is dat ik geleerd heb van afgelopen zondag, dan is het om niet op anderen te letten, maar om vooral je eigen wedstrijd te lopen. Toch zou het wel eens fijn zijn om deze keer John voor te zijn op de eindmeet en hem mij niet te laten passeren in de laatste kilometer, zoals ik Breda, ook al was ik netto sneller dan hem.