Een beetje teveel van het goede

Twee weken geleden begon ik me een beetje moe te voelen. Met het nieuwe trainingsschema werd dat alleen maar erger. Bleek dat ik het aantal trainingskilometers te snel opgevoerd had. Oeps!

15-5: 12.53 km in 1:30:02 (7:11/km, 8.3 km/u), 132 bpm
16-5: 10.68 km in 1:00:01 (5:37/km, 10.7 km/u), 148 bpm
18-5: 13.52 km in 1:30:01 (6:39/km, 9.0 km/u), 132 bpm
20-5: 10.35 km in 59:57 (5:48/km, 10.4 km/u), 147 bpm
21-5: 5.36 km in 30:01 (5:36/km, 10.7 km/u), 147 bpm
22-5: 13.80 km in 1:30:01 (6:31/km, 9.2 km/u), 132 bpm
23-5: 7.83 km in 45:01 (5:45/km, 10.4 km/u), 147 bpm
25-5: 13.05 km in 1:30:01 (6:54/km, 8.7 km/u), 131 bpm

In totaal heb ik 182 km hardgelopen in de maand mei tot nu toe, terwijl ik in april 163 en maart 150 km gelopen heb. Dat is een te snelle toename in aantal kilometers per maand.

Nu is dit iets wat ik gewend ben en waarom ik vaak blessures heb in de zomerperiode. Eventjes moet de rem op de training. Dat hierdoor de marathon van Eindhoven in het water valt (want dat is nu wel duidelijk, nu ik nog steeds veel te zwaar ben en geen kilo schijn af te vallen), moet ik maar op de koop toe nemen.

Tot het eind van de maand zal ik alleen kort werk doen (tot 5 km per training), zodat mijn lichaam een beetje rust krijgt. Dagelijks, weliswaar, maar veel lichter dan tot nu toe. Ik denk dat ik ook die vermaledijde hartslagalarmen maar tijdelijk uitschakel.

Back to basics. Een stap voorwaarts gedaan. Nu twee stappen achterwaarts. ’t Is niet anders. Ik heb geen zin in blessures.