Herstellen

Na de warme, maar desondanks goed gelopen halve marathon in Breda had mijn lichaam behoefte aan wat herstel. Uiteraard probeerde ik wel of ik gewoon mijn schema kon doorzetten, maar dat ging dus niet. Het werd luisteren naar mijn lichaam.

Maandag

Ik verwachtte een ontzettende terugslag van de wedstrijd de dag ervoor op mijn benen, maar bij het lopen viel dat echt mee. Ik had wel een beetje last van mijn darmen en dat zou de beperkende factor zijn vandaag. We denken bij hardlopen alleen aan onze benen, omdat die ons voorstuwen over het parcours. Echter, bij een zware inspanning speelt je hele lichaam mee en dus ook je spijsverteringskanaal. Dat was dus een beetje van slag.

Nadat ik al vergeefs gestopt was bij 4 km, moest ik bij 11 km echt een toilet opzoeken. Het werd Eetcafé de Pin. Het was even zoeken, maar vinden deed ik het. Leuke plek, verscholen, maar leuk.

Nu ging het niet zo goed meer. Op de een of andere manier kon ik mijn hartslag niet meer op gang brengen. Vier kilometer na mijn onderbreking ging ik wandelen. Het was een duidelijk signaal dat het genoeg was. Ik heb nog wel een kort stukje hardgelopen, maar dat bevestigde alleen het vermoeden dat de koek op was. Tijdens het wandelen heb ik mijn GPS horloge gepauzeerd.

Route maandag

15,68 km in 1u:30m:37s (5:47 min/km, 136 bpm)
(vertaald naar wedstrijduitslag: 10 km – 44m:00s, ½ mar – 1u:40m, mar – 3u:48m)

Dinsdag

Training met loopgroep C van Spado. Nu begon de wedstrijd van zondag op mijn hersenen in te spelen en was ik niet helemaal coherent. Ik vermoed dat ik te weinig geslapen had en moe was. Dat zou ik moeten corrigeren door de rest van de week vroeg naar bed te gaan.

Na een rondje van 2 km inlopen op pakweg 10 km/u gingen we op de baan oefeningen doen en daarna 300tjes lopen op een manier die me nu pas duidelijk is. Ik was op dat moment echter zo moe, dat de oefening me totaal ontging. In plaats daarvan deed ik maar rondjes op de baan lopen op hoog tempo tot ik het zat was en even rust nam. Op het laatst heb ik nog even met een subgroepje meegelopen.

Was dit een verloren training? Een beetje wel, moet ik zeggen. De training was bedoeld voor mensen die zaterdag de Zeeuwse Kustmarathon gelopen hadden en daardoor voor mij niet van toepassing. Misschien had ik toch met loopgroep B mee moeten gaan. Waarschijnlijk had ik ook maandagnacht vroeger naar bed moeten gaan.

Route dinsdag

8.25 km in 59m:16s (7:16 min/km)

Woensdag

Na een lange nachtrust (10 uur slapen) was het kwartje gevallen. Deze week moest ik een iets ander schema doen en het lange werk uitstellen tot een week later. Om toch nog iets van een trainingseffect te hebben, besloot ik een aantal stukjes van een kilometer in een hoger tempo te lopen. Het werden kilometers 3, 6 en 10, in respectievelijk 4:47 (152 bpm), 4:31 (160 bpm) en 4:28 min/km (162 bpm).

Eigenlijk ging die laatste sneller, maar ik wist niet waar het 10 km punt was en blies mezelf te vroeg op. Na 50 m wandelen was ik er. Dus eigenlijk was het meer 4:10 min/km. Toen ik begon had ik 3:52 min/km op mijn GPS horloge staan, maar het tempo zakte al snel naar boven 4:00 min/km.

De rest ging op hartslag onder de 140 bpm. Na ruim 14 km was ik terug waar ik begonnen was, in iets meer dan 80 minuten.

Route woensdag

14,35 km in 1u:22m:58s (5:47 min/km, 137 bpm)
(vertaald naar wedstrijduitslag: 10 km – 44m:32s, ½ mar – 1u:41m, mar – 3u:51m)

Donderdag

Weer goed geslapen (9 uur) en ’s avonds op mezelf op de atletiekbaan mijn Yasso 800’s gedaan. Ik liep drie rondjes in op het gras in tegengestelde richting en deed daarna wat oefeningen (timer gestopt). De vijf 800 m stukken gingen in 4 minuten, met 500 m wandel/dribbel in 4 minuten als herstel tussendoor. Naderhand 3 rondjes in tegengestelde richting in het gras rustig uitgelopen.

Route donderdag

8.61 km in 51m:27s (5:59 min/km, 127 bpm)


Het is nog steeds een beetje wennen aan het herstellen in de training. Tot ik mijn eerste halve marathon als wedstrijd had gelopen, was dat niet nodig. Mijn benen konden de afstand duidelijk wel aan (ik was zondag na de wedstrijd niet stijf of zo), maar de rest van mijn lichaam had wel rust nodig. Ik neem aan dat dit de leeftijd is en dat ik gewoon moet accepteren dat bij het stijgen der jaren alles een stukje minder wordt.

Rest mij nog een herstelloopje vandaag, morgen een rustdag en zondag de Bergse Havenloop, een halve marathon in Bergen op Zoom, in en rond de wijk de Bergse Plaat.

Het plan in de Bergse Havenloop is vormbehoud, oftewel een tijd van rond de 1u:45m (iets sneller dan 5:00 min/km). Gezien mijn twee trainingslopen deze week (maandag en woensdag) is dit zeer goed mogelijk, alhoewel de weersomstandigheden altijd roet in het eten kunnen gooien. Na 2 km op dit tempo zal ik overschakelen op hartslag en proberen onder de 156 bpm te blijven, nu wel duidelijk is dat mijn gemiddelde hartslag op de halve marathon afstand maximaal 155 bpm is. Als ik in het begin daarboven ga zitten, moet ik dat op het eind weer inleveren, met een langzamere eindtijd als gevolg. Het is beter als ik gelijkmatig loop voor een zo snel mogelijke tijd.

De week erop zal ik aanwezig zijn in de Amsterdam Marathon, in de halve marathon prestatieloop. De hoop is om dan onder de 100 minuten te duiken. Twee weken daarna wil ik acte de présence geven op het halve marathon onderdeel van de Marathon Brabant in Etten-Leur, NB, met hopelijk een tijd net boven of net onder de anderhalf uur. In het laatste geval zou dat een PR zijn.

Wellicht lijkt 15 minuten eraf binnen een maand voor sommigen ongeloofwaardig, maar ik heb iets dergelijks al eerder gedaan (Egmond 14-01-2001: 2u:04m:43s, Best 28-01-2001: 1u:53m:21s, Gouda 4-02-2001: 1u:49m:35s). Egmond was mijn eerste halve marathon en tot dan toe de zwaarste wedstrijd die ik ooit gelopen had. Natuurlijk was dit nog niks vergeleken met de twee marathons die ik later liep (Rotterdam 2004 en 2009).

Omdat ik weet hoe zwaar een hele marathon is, wil ik er goed voorbereid op zijn. Dat is ook waarom ik al deze halve marathons loop. Ze zullen de basis vormen voor een tijd op de marathon, die ik half december hoop te voltooien. In principe kan ik starten op een tijd die gelijk is aan twee keer de tijd op de halve marathon, plus 30 minuten. Dus hoe sneller ik die halve marathon kan lopen, hoe sneller ik kan starten op de marathon.

Het gaat me persoonlijk niet eens om de precieze eindtijd in uren, minuten en seconden—alhoewel ik snap dat het voor anderen zeer belangrijk is—maar eerder om de ervaring tijdens het lopen. Hoe sneller en soepeler het gaat, hoe beter de ervaring. Aangezien ik met de tijden die ik loop toch geen geld kan verdienen of eeuwige roem vergaren, kan ik beter gaan voor een goede persoonlijke ervaring tijdens het lopen dan iets abstracts als een exacte tijd, waar ik zo weinig mee kan.

Ik ga in elk geval niet mensen beoordelen of ze sneller of langzamer dan mij zijn, omdat zoiets bij mij leidt tot reductionism en negatieve gedachten over de medemens. Ik het wel betere dingen te doen met mijn tijd.

Loop ze!