Zwerfloop

Als je begint met hardlopen, weet je nog niet waar je grenzen liggen. Je zou het in je kunnen hebben om een regiokampioen te worden, of zelfs nog beter. Deze onbesuisdheid, moed van onwetendheid, die als sneeuw voor de zon verdwijnt bij de eerste ernstige blessure, is toch wel iets dat ik mis. Vandaar mijn poging om iets daarvan te vangen in een trainingsvorm, die ik “zwerfloop” noem.

Uiteraard kan ik mijn ervaring niet wegdenken, maar ik kan wel iets doen aan het registreren van tijd, afstand en wat niet meer, door geen vaste route te lopen en geen apparatuur om te hebben. Het enige wat over blijft is mijn gevoel. Het is een uitlaatklep voor een al te geregeld trainingsregime.

Niet dat ik bekend sta om me strikt te houden aan opgestelde trainingsschema’s en aanwijzingen van de trainer. Integendeel, ik sta er bekend om mijn eigen ding te doen. En toch, het is een interpretatie van de trainingsopdracht, vrij geĂŻnterpreteerd weliswaar, maar desalniettemin gebaseerd op iets waarover iemand vooraf heeft nagedacht. Ik vind dat eerlijker naar de trainer toe dan het smokkelen dat ik velen zie doen.

De trainer moet hiervan op de hoogte zijn, omdat ik het hem diverse malen verteld heb. Blijkbaar is het niet zo belangrijk en zijn blessures die volgen uit deze houding van atleten een aanvaardbaar risico. We hebben zelfs een potje van 12 euro per jaar per persoon voor lief en leed, zodat mensen met blessureleed zich gesteund kunnen voelen.

Dit terzijde. Ik liep op bekend terrein en stukjes die ik eerder gelopen heb, maar de route op zich was nieuw. Als ik wat meer ervaring heb in het op gevoel lopen, zal ik zeker gebieden opzoeken waar ik nauwelijks kom, zodat het echt een avontuur wordt.

Slechts een keer moest ik onderweg stoppen omdat ik te zwaar in de benen was. De dag ervoor had ik een tamelijk zware clubtraining gedaan, waarvan ik nog niet helemaal hersteld was. Ik had de neiging om te wandelen al eerder in de zwerfloop, maar op een gegeven moment was die zo sterk, dat ik na pakweg 10 km hardlopen aan een stuk een halve kilometer wandelde. Daarna pakte ik het tempo weer op en liep tot thuis. Het herstel was blijkbaar voldoende geweest. In totaal liep ik, thuis op de klok kijkend, ongeveer 1 uur en 45 minuten. Het was tamelijk vermoeiend moet ik erkennen.

Gisteren op de clubtraining stond dit op het programma

  • 1000 m hardlopen in gemiddeld tempo
  • 100 m dribbelpauze
  • 600 m hardlopen in vlotter tempo
  • 200 m seriepauze

Deze serie vier keer herhalen.

Ik liep mee in de langzaamste groep van mijn loopgroep, mensen die langer doen over de 10 km dan 48 minuten (1000 m in 4:55 minuten, 600 m in 2:55 minuten). Helaas had ik geen horloge bij me, maar deze keer liep ik vooraan, in plaats van in het midden. Ik denk dat het langzaam tijd wordt om te denken aan een snellere groep (46 tot 48 minuten over de 10 km), zodra ik onder de 48 minuten op de 10 km kan lopen. Helaas voor mij lopen de meesten van deze groep (en de snellere groepen) dit jaar de Rotterdam Marathon, waardoor ze een afzonderlijk trainingsschema volgen op de baan en af en toe een lange duurloop in de wijk doen.

Zodra ze Rotterdam gelopen hebben en ervan hersteld zijn, zal ik ongetwijfeld een 10 km gelopen hebben die mij toestaat om in een snellere groep te trainen. De trainer hamert erop om je wedstrijduitslagen op een lijst te zetten, d.w.z. je 10 km, halve marathon en marathontijd. Op die manier train je op het juiste niveau, zo is de redenering.

Ik heb geen plannen om in de eerste helft van 2013 een halve marathon te lopen en een marathon zit er dit jaar absoluut niet in. Tenminste, zo ziet het ernaar uit op dit moment.

Terwijl de marathon een geweldige afstand is om te lopen (ik heb er twee gedaan), is het voor mij zeker niet een “heilige afstand”, een afstand die andere (kortere) afstanden minder interessant maakt. Je kunt volgens mij best jaren lopen zonder ooit die 42 km en 195 m in wedstrijdvorm uit te voeren en wellicht eens in de zoveel jaar een marathon lopen. Tenminste, zo denk ik er over. Uiteraard kun je van mening verschillen en vinden dat de marathon de enige afstand is die de moeite waard is en jaarlijks of enkele malen per jaar gelopen moet worden. Zoveel mensen, zoveel opvattingen.

Morgen is er weer een clubtraining en vrijdag is een rustdag volgens het schema van de trainer. In het weekend doe ik dan nog twee (rustige) trainingen, in voorbereiding op de Kidney Run, op Tweede Paasdag (1 april 2013). Dat is dus geen grapje. Tenminste, ik hoop dat het geen practical joke is. Je weet immers maar nooit.

We zien het wel, over anderhalve week van het moment dat ik dit toevertrouw aan dit weblog. Gekkere dingen zijn gebeurd in het verleden. Ik sta nergens meer paf van.