Moei!

Ik heb slecht geslapen vannacht. Het is waarschijnlijk terug te voeren op de zware trainingsloop van afgelopen woensdag, in combinatie met veel te snelle intervallen tijdens de avondtraining op de baan. Gelukkig voor mijn lichaam is het vandaag een rustdag.

De combinatie vlotte lange duurloop en intensieve lange intervallen zal hopelijk zorgen voor een beetje supercompensatie voor aanstaande zondag op de 10 km van Halsteren. Daar hoop ik onder de 50 minuten te duiken. Geen spectaculaire tijd voor mijn doen, maar toch iets om me op te richten.

De training van gisteren (donderdag) had vier duizendjes als kern en ik liep ze in 4:39, 4:30, 4:33 en 4:28 minuten, respectievelijk (400 m dribbel-pauze als herstel tussendoor). Eigenlijk had ik er vijf moeten lopen, maar ik was te moe en voelde mijn maag opkomen (misselijk).

Later toen ik naar bed gegaan was, zat mijn lichaam nog steeds in de stress van de inspanning. Meestal val ik binnen een paar minuten in slaap, maar nu duurde het een uur. Gedurende de nacht was ik twee keer klaar wakker en het kostte me telkens moeite om terug in slaap te vallen. Bij de tweede keer ben ik maar opgestaan. Ik zorg wel dat ik overdag niet slaap en vanavond op tijd naar bed ga.

Een extra reden voor mij om zo diep te gaan in de training is het leren negeren van negatieve gedachten onder het lopen. Ik focuste puur op de uitvoering: de eerste 100 m flink gas geven, dan proberen 28 s per 100 m vast te houden en dan op de laatste 100 m weer versnellen.

Tijdens de twee voorgaande wedstrijden merkte ik dat ik te veel met bijzaken bezig was en niet volledig gefocust was op het lopen zelf. Op de Kidney-Run, afgelopen maandag, ging het al beter, maar ook daar had ik een inzinking, die terug te voeren was op gebrek aan concentratie. Een 10 km wedstrijd moet van begin tot eind zwaar aanvoelen, tegen de verzuring aan; er is geen plaats voor gemakzucht, of “later wel inhalen”, zoals op de halve marathon en langer. Je moet zonder angst lopen, voluit, bijna buiten adem.

Tenminste, dat is mijn interpretatie van hoe je een tien kilometer als wedstrijd behoort te lopen. Dit hangt wat mij betreft niet af van welke tijd je ambieert. Wat ik op dit moment wil lopen op de 10 km mag ik bescheiden noemen, omdat het tijden zijn die ruim boven mijn persoonlijke record (40:30 min.) liggen. Uiteraard hoef je niet elke 10 km als een wedstrijd te lopen, maar als je ervoor gaat, dan met hart en ziel.

Het is heel erg opbeurend om jezelf een doel te stellen en dat je vervolgens ziet dat je dat doel benadert en gaat halen, zelfs al gaat het met horten en stoten. Voor de zomer heb ik twee concrete doelen die ik wil bereiken:

  1. 80 kg lichaamsgewicht
  2. 20 km in anderhalf uur

Op 17 maart woog ik nog 90 kg schoon aan de haak. Krap drie weken later ben ik 4,5 kg lichter geworden. Woensdag liep ik 16,3 km in 90 minuten.

Het ziet ernaar uit dat het afvallen zal gaan lukken, maar die 20 km zal meer van me vergen. Om de week zal ik een testloop doen op woensdag, enerzijds om te zien hoe het met de snelheid staat (hoe dicht ik bij mijn doel ben), anderzijds als trainingsprikkel voor de wekelijkse wedstrijd. Het is iets positiefs om naar uit te kijken als ik elke twee weken een stukje verder kan lopen.

Bedankt voor het lezen. Loop ze!