Visualiseren

Als onderdeel van de voorbereiding op de halve marathon in Roosendaal (23 juni a.s.), vroeg ik me af wat de beste strategie zou zijn voor die wedstrijd. In plaats van het allemaal zelf uit te dokteren, legde ik de vraag voor ter discussie op het Chat’n’Run forum. Er volgde een interessante discussie met vele gezichtspunten, van laissez-faire tot diep kijken in je eigen ziel, en alles daartussen.

Gebruiker gzomer had een interessant gezichtspunt waarop ik verder in zal gaan voor de rest van dit bericht.


  • wat is het gewijzigde plan als ik niet op tijd in het startvak ben en dus achteraan sta?
  • wat als het drukker is dan verwacht en ik tijd verlies in de eerste kilometers?
  • wat als ik een groepje met tempo 4’40 vind? Ga ik aansluiten of loop ik mijn eigen plan? Wat als er veel wind staat? Wat als het groepje 4’45 of juist 4’35 loopt?
  • wat doe ik precies bij de drinkposten (soort drank, water, wel of niet stoppen)? wat doe ik als ik onverhoopt een drinkpost mis?
  • wat is het plan als het warm is?

Het kan zelfs helpen om ze op te schrijven… Het nut hiervan ligt niet alleen in het feit dat een aantal “grote” mogelijke gebeurtenissen voorzien zijn, maar wellicht vooral in het helpen van het visualiseren van de race. Je wordt gedwongen om voorbereiding en uitvoering stap-voor-stap (lees: kilometer voor kilometer) na te lopen. Hoe langer de wedstrijd, hoe belangrijker dit wordt. Een deel wordt natuurlijk op gegeven moment door ervaring overgenomen.


De eerste twee vragen zijn in feite hetzelfde; je kunt niet vooruit komen door de massa. Ik denk dat het hoofd koel houden en rustig mensen trachten te passeren, zonder agressie, de beste oplossing is. Ik hou zelf niet van opdringerige lopers, dus waarom zou ik er zelf een zijn? Genieten van het makkelijke tempo, zou ik denken. Het wordt al lastig genoeg na het 15 km punt, dus energie verspillen is zinloos in deze fase. Bewaar die strijdlust maar voor later.

Wat als er wind staat en ik vind aansluiting bij een sneller groepje? Ik had dit in de Nationale Lenteloop, waar ik aansluiting vond bij mensen die net boven het geplande tempo van 5 min/km liepen op de 15 km. Aansluiten gaf me de zekerheid en kameraadschap die ik later in de wedstrijd nodig had om te versnellen, ondanks de ongemakken van het hoge tempo. Evenzo heb ik meegemaakt dat ik moest lossen doordat er onregelmatig gelopen werd en ik niet goed hersteld was van de voorgaande wedstrijd, in de Kassenloop. Het is dus uittesten of het lekker gaat en op basis daarvan beslissen. Gaat het te snel, afhaken; te langzaam, groepje verderop zoeken, mits het nog vòòr het 15 km punt is. Na dit punt is meer conservatief lopen slimmer, ook al betekent dit 5 s per km langzamer.

Het lastige stuk van deze wedstrijd vind ik zelf het terugkomen in de stad, met straatstenen en bochten nemen. Je bent al moe en gewend om op vlak asfalt lopen. Dan doet dat laatste stuk zeer. Iets soortgelijks ervaarde ik ook in de 15 km van de Vestingloop in Den Bosch. Toen was het met pijn en moeite mensen laten passeren die het parcours (en de stad) beter kenden dan ik. Alleen nu ben ik degene die in het voordeel is.

Drankposten. Ik heb een spons bij me en ben van plan om energiegels mee te nemen in een SPI-belt, waarmee ik zo snel mogelijk mee ga trainen (vandaag of morgen). Die gels zijn voornamelijk om de hersenen van energie te voorzien, niet zozeer voor het sparen van het glycogeen (dat is een handige bijkomstigheid). Het water is om mijn spons nat te houden en de gels weg te slikken, plus voorkomen van een dorstgevoel.

Als het warm is, zal ik meer tijd nemen om te drinken bij elke post, het tijdverlies op de koop toenemend. De truc is om naar het tempo per kilometer te kijken, niet naar een eventueel niet halen van een streeftijd. Tijd inhalen is meer iets voor de laatste kilometer, wellicht twee kilometer als ik me sterk voel. Tot die tijd is het conservatief blijven, genieten van de omgeving (maar ook weer niet te veel) en omgaan met het hier en nu. Dat laatste is waar ik directe invloed op heb; ik kan niet handelen in het toen of in het later.

Als ik een drankpost mis, neem ik mijn verlies als ik dreig uit te drogen. Langzamer lopen tot de volgende drankpost. De wedstrijd is dan in feite over, tenzij ik me nog kan herpakken (zoals in de 10 km in de Pagnevaartloop in Oudenbosch dit jaar).

Wat ik vast ga doen, als het niet te hard waait, is een pet met klep dragen tegen de zon, en een flesje water in het startvak meenemen, dat ik gedeeltelijk opdrink, maar grotendeels over mijn spons en hoofd zal schenken, vlak voor de start. Een pet houdt ook water vast, zorgt dat mijn hoofd koel blijft.

Verder merkte iemand op dat ik geen hoge verwachtingen hoef te hebben van een goede tijd, in verband met de verwachte warmte. Het kan dan alleen maar meevallen. Ook dat is uitstekend advies.

Er is nog zoveel te ontdekken over dit onderwerp. Het zal vast niet de laatste keer zijn dat ik er over schrijf.

Bedankt voor het lezen en loop ze!