Brabantse Wal Marathon 2014 – 10 km

Na mijn busrit naar Hoogerheide stapte ik uit in de Raadhuisstraat en wandelde een paar honderd meter, langs het startgebied, dat veel weg had van een kermis, naar het gemeentehuis van Hoogerheide (Woensdrecht). Op het plein ervoor waren kraampjes opgesteld waar je je kon inschrijven en je startnummer kon afhalen. Binnen was een sporthal met kleedkamers en douches. Zeer luxe, als je bedenkt dat Hoogerheide een dorp is.

Bij de start zag ik een bekende uit mijn loopgroep en we babbelden wat over hardlopen tijdens het inlopen. Hij zou ook deelnemen aan de 10 km, maar zijn doel was uitlopen, omdat hij nog steeds kampt met een langdurige blessure. Mijn gedroomde 44 minuten bleek een droom te blijven, maar daarover later meer.

Parcours 1 juni 2014

De start werd aangegeven met een toeter en iets minder dan 200 mensen gingen via een helling op een grasbaan naar beneden van start, een vliegende start zou je kunnen zeggen. Na een paar honderd meter kregen we bestrating voor onze kiezen, nog steeds lichtjes naar beneden lopend. Aangezien ik wist dat dit het enige snelle stuk was dat we zouden krijgen vandaag, moest er flink de vaart in, op 5 km wedstrijdtempo. De longen brandden, de benen begonnen zeer te doen.

De Dorpsstraat uit, een stukje Grindweg en dan een lang stuk rechtuit, zo vlak als een pannenkoek over de Brilseweg, nog steeds verhard. Pas op de Schenkeldijk, net voor het 4 km punt kregen we onverharde weg, zand met grind, niet echt een probleem (wel goed uitkijken voor gaten in de weg). Toch bleef het tempo redelijk constant voor mijn gevoel (ik liep op gevoel); het deed behoorlijk pijn aan de longen en benen, met het tempo rond de 4:25 min/km (10 km wedstrijdtempo). Nadat we de Y-splitsing voorbij waren, op de Calfvense Bobloop lopend bleef het tempo netjes op 10 km wedstrijdtempo, ondanks de duidelijke vermoeide benen (dat hoort immers zo).

Bij het begin van de Calfvenseweg, richting het gehucht Calfven was net voorbij het halverwegepunt. Hier begon het parcours langzaam te stijgen. Niet veel, maar genoeg om de snelheid eruit te halen, zeker op een zo slecht begaanbaar pad. Rond het 7 km punt kwam het momentane tempo voor het eerst boven de 5 min/km uit bij een steil klimmetje naar de verharde openbare weg van Calfven (dit verklaart de 4:46 min/km op de 7de kilometer). Daar werden we gemaand om links aan te houden vanwege het autoverkeer. Met de bocht naar rechts werd dat al gauw rechts lopen, de Bergstraat in, een toepasselijke naam. Het tempo zou nu 10 s/km boven het wedstrijdtempo blijven. Hier heb ik kostbare seconden verloren door onervarenheid met het parcours.

Hier en op de Trambaan kon ik wat lopers inhalen die er duidelijk helemaal door zaten. Dat was belangrijk, omdat ik wist dat op de laatste kilometer van inhalen weinig sprake kon zijn (geen ruimte links en rechts). Positie zoeken was daarom zeer belangrijk. Na het 8 km punt was het dus even aanzetten, ondanks de vermoeide benen en de hoogtemeters.

Bij het 9 km punt was het het bosje in, met die lastige laatste klim. Eerst moest er nog 18 m afgedaald worden in 4 min/km tempo (om niemand voor de voeten te lopen die achter me zat) over een afstand van 600 m en ruig terrein (hoog gras). Daarna over dezelfde afstand weer 18 m omhoog, waarbij je de finish kon zien, maar via bochten moest bereiken. Toen ik het trapje zag voor het plateau van het finishterrein, kwam er een “Nou ja!” bij me uit. Na de trapjes even aanzetten voor de laatste 170 m of zo, terwijl de benen helemaal verzuurd zijn van al dat klimmen op het eind.

Ik was tot het gaatje gegaan en was daarom even niet aanspreekbaar. Dat trekt altijd aandacht van de helpers, maar hulp was niet nodig, alleen even de benen strekken en rustig uitlopen.

Na een paar minuten was ik weer “bij” en kon de overige finishers aanmoedigen, met een medaille om mijn hals. Ad was er ook bij, pakweg 6 minuten na mij. Hij was absoluut niet de laatste met zijn 51½ minuten en tevreden over zijn prestatie. De blessure had wat opgespeeld, maar niet zo dat hij had moeten stoppen onderweg.

Ik zelf was 16e finisher met mijn 45m:36s netto (45m:39s bruto). Achter mij zaten 138 lopers. De eerste loper was binnen in 37m:39s bruto en de laatste loper in 1u:23m:15s. De meeste lopers die rond mijn eindtijd eindigden in de M45 categorie waren 1 – 2 % langzamer dan op de weg (vlak); zelf was ik 2 % langzamer dan in Papendrecht. Ik wijt het tijdverlies op kilometers 5 tot 9 aan onbekendheid met het parcours. De laatste kilometer was, wel, gewoon stampen om uit te lopen en de eventuele spierpijn of -stijfheid achteraf maar voor lief nemen.

Op myLaps kun je de uitslagen vinden (ook van andere afstanden die dag).

  • wedstrijd 10 km in 45m:36s (4:34 min/km), 194 st/min
  • 5 km punt op het parcours bereikt na circa 22m:04s (4:25 min/km)
  • … tempo’s per GPS kilometer:
    4:19, 4:17, 4:16, 4:25, 4:30 min/km
    4:24, 4:46, 4:38, 4:39, 4:38 min/km
    (GPS afstand was 170 m meer dan wedstrijdafstand)
  • Garmin Connect

Deze wedstrijd was niet zo dramatisch als bijvoorbeeld de Stuwwaltrail, een dag eerder in Oosterbeek. Dat is een andere categorie wedstrijden voor de complete trail nut (positief bedoeld). Vergeleken met dàt was deze wedstrijd een trimloop in het stadspark. Toch vond ik deze wedstrijd leuk en dat had ik vooraf niet verwacht.

Zeker voor herhaling vatbaar.

Bedankt voor het lezen en loop ze!