Chaamloop 2014

Een van de bijnummers van de 10 van Chaam is de 5 km. Het is een technisch parcours, met twee kleine ronden van ongeveer een kilometer en een grote ronde van iets minder dan 3 km. Het hoofdnummer is uiteraard de 10 km, over een kleine ronde en drie grote ronden. Het was warm en vochtig, een zwoele zomeravond dus. Gelukkig kon ik het redelijk goed verwerken.

We gingen met zijn drieën met de auto naar Chaam, drie tainingsmaatjes van dezelfde loopgroep bij Spado. Leon was de chauffeur, maar kon niet lopen door blessure. Petra zou deelnemen aan de 10 km en ikzelf zou ruim een uur eerder starten op de 5 km. Alhoewel het ’s-morgens geregend had, bleef het droog. Er kwamen zelfs wolken voor de zon, zodat het half-bewolkt was. Echt heel warm was het niet (vergeleken met een dag eerder; onbewolkt, 27 graden), maar, zoals gezegd, zwoel. Dat lijkt me niet zo’n probleem voor de 5 km, maar voor de 10 km zou het een behoorlijke handicap blijken.

Chaamloop parcours 5 km

Nadat ik een paar kilometer had ingelopen, voegde ik me bij de lopers voor de start van de 5 km. Die start bleek op de Gilzeweg te zijn, niet in de Dorpsstraat. Aangezien daar geen matten lagen, zou het een brutotijd worden, op pistooltijd (of beter geschreven, toeter-tijd). De toeter kwam wat onverwacht (zonder aftellen vooraf), maar dat zijn we gewend. Wat ik ook gewend ben is de eerste paar honderd meter mensen moeten inhalen die duidelijk te ver naar voren zijn gestart (of wellicht stond ik te ver naar achteren). Het voorkomt wel dat ik te hard van start ga.

De eerste kilometer ging vrij hard, in 4’01”. Dat tempo zou ik natuurlijk nooit kunnen volhouden. Gelukkig hoefde ik niet te veel toe te geven en kon redelijk in de wedstrijd blijven, hier en daar lopers inhalend die duidelijk last van de warmte hadden. Ik had van tevoren niet goed gekeken hoe het parcours ging en liep daarom maar puur in het moment. Daar waar ik voelde dat ik wat meer kon geven, gaf ik wat meer. Daarom ging de tweede kilometer netjes in 4’06”. Dat was net voor de doorkomst (later de finish) en de derde, grote ronde kwam er nu aan.

De derde kilometer is mijn Achilleshiel, want de aandacht verslapte wat en het tempo zakte. Het kostte even wat moeite om mezelf te overtuigen dat ik toch echt met een wedstrijd bezig was. Helaas resulteerde dit in een wat teleurstellende 4’15”. Ik voelde de kracht wegvloeien en mijn benen langzaam verzuren. Veel sneller dan dit zou het niet gaan, helaas. Al vechtend kon ik de vierde kilometer in 4’12” lopen, maar toch zat ik er echt helemaal door. Ik moest knokken tegen de gedachten om maar gewoon achter iemand te lopen tot het eind. De benen brandden behoorlijk. De laatste kilometer (en een beetje) duurden een eeuwigheid. Mijn lichaam schreeuwde “Stoppen!”, maar ik gaf er niet aan toe. De laatste 100 m, bij het zien van de finish, kon er zelfs nog een sprintje (3:10 min/km) van af.

De eindtijd was 21’08”, wederom een verbetering van mijn M50 PR. Missie geslaagd, maar wat was het zwaar geweest!


Ik had een paar dagen eerder een hartslagmeter gekocht, de mio Link. Naast mijn voetsensor geef dit mij inzicht in mijn hardloopprestatie. Had ik harder gekund? Hieronder staat een (niet-wetenschappelijke) analyse van mijn wedstrijd.

Chaamloop 5 km hartslag 5 juli 2014

Kijkend naar mijn hartslag, gemiddeld 188 slagen per minuut, en mijn maximale hartslag, 204 slagen per minuut, heb ik op 90 procent van mijn hartslagreserve gelopen (hartslag bij rust is 45 slagen per minuut). Dit schijnt vrij normaal te zijn voor een 5000 meter. Ik zat al binnen twee minuten op die hartslag en die bleef ook zo gedurende de hele wedstrijd.

Chaamloop 5 km tempo 5 juli 2014

Het tempo was in nog minder tijd op niveau, binnen 12 seconden, en bleef redelijk vlak over de hele wedstrijd, met verrassend weinig variatie. Niets bijzonders te vermelden dus.

Chaamloop 5 km pasfrequentie 5 juli 2014

Hetzelfde kan gezegd worden van de pasfrequentie. Mijn soepele tred bracht me naar 198 stappen per minuut en in mijn ervaring had ik totaal geen problemen met het volhouden van de frequentie. Vorige week, in de Galgenloop was dat anders. Toen had ik in de eerste kilometer duidelijk last van de lange duurloop twee dagen ervoor. Nu ik twee dagen heel rustig en kort getraind had, niets van dit alles.

Kortom, ik heb maximaal gepresteerd met wat mijn lichaam tot zijn beschikking had. Meer zat er niet in. Qua training is het daarom doorgaan op de ingezette weg. Die sub 21 minuten komt er dan vanzelf wel aan zolang ik heel blijf en doorzet. Over een week zou ik best eens onder de 21 minuten kunnen lopen. Echter, dan zal ik weer eens een 10 km lopen, om niet alleen maar korte wedstrijdjes te lopen (variatie is goed).

  • Chaamloop, 5 km in 21m:08s (5:14 min/km), 198 st/min, 188 sl/min (90% WHR)
  • splits volgens GPS:
    4:01, 4:06, 4:15, 4:11, 4:15 min/km
  • Garmin Connect

Bedankt voor het lezen en loop ze!

N.B. Dit was mijn 200-ste wedstrijd in mijn hardloopcarrière, tussen 17 januari 1999 en 5 juli 2014.