Baantraining

Na mijn succesvolle wedstrijd in Tilburg, waarvan ik behoorlijk aangeslagen was, moest ik eerst een dagje herstellen en daarna weer gaan werken aan mijn snelheid, op de baan. Helaas was de stijfheid er nog niet helemaal uit. Gelukkig maakte dat voor de snelheid niet veel uit. Mijn 400tjes gingen bijna net zo snel als normaal.

Maandag 8 september

Een rustige duurloop door het bos gedurende ongeveer anderhalf uur is wat ik deed deze keer. Ik was stijf en moe van de dag ervoor, wat niet vreemd zou mogen klinken. Immers, het was even geleden dat ik voluit gegaan ben in de wedstrijd.

  • bosloop: 14,63 km in 1u:26m:12s (5:54 min/km), 137 bpm (58% WHR), 178 st/min
  • Garmin Connect

Dinsdag 9 september

Vooraf liep ik een kilometer of 5 op mezelf in via een omweg door het bos naar de atletiekbaan op sportpark Rozenoord. Daar eenmaal aangekomen voelde ik dat het zwaar zou worden. Daarom besloot ik om vooral rustig aan te trainen en de boel niet op de spits te drijven. Erg rustig ging het evenwel niet, omdat ik aangespoord werd door de mensen om me heen. Bovendien waren er twee nieuwelingen, wat altijd goed is om genoeg lopers te hebben voor het vormen van groepjes tijdens de intervaltraining.

  • baantraining: 16,66 km in 1u:31m:55s (5:31 min/km), 138 bpm (58% WHR), 184 st/min
    • 5 km inlopen vooraf in 29m:46s (5:57 min/km), 136 bpm (57% WHR), 182 st/min
    • 2,5 km inlopen met de groep in 15m:31s (6:12 min/km), 127 bpm (52% WHR), 178 st/min
    • 10 minuten draven: 2130 m in 10m:08s (4:45 min/km), 141 bpm (60% WHR), 190 st/min
    • 10x 400 m (200 m) in:
      1:39 (1:36), 1:39 (1:29), 1:39 (1:36), 1:42 (1:33), 1:41 (1:31),
      1:37 (1:25), 1:38 (1:29), 1:38 (1:37), 1:38 (1:33), 1:30
    • rondje buitenom de baan uitlopen: 0,95 km in 6m:14s (6:33 min/km), 129 bpm (59% WHR), 178 st/min
  • Garmin Connect

Ik heb de tijden van de 200 m herstelpauze er deze keer bij vermeld, omdat het aangeeft hoe ik de trainingsopdracht interpreteer. De (gesproken) opdracht was dribbelen tijdens de pauzes (niet wandelen). Voor mij betekent dat de snelheid tijdens het herstel op zijn minst de helft van de snelheid op de snelle stukken moet zijn. De hersteltijd is dus even lang of korter dan de tijd nodig voor de 400tjes op snelheid. Zo te voelen was de uitvoering goed, omdat ik niet heel erg buiten adem was na elk 400tje (na 100 m kon ik al weer normaal ademen). De grote uitzondering was de laatste 400 m, toen ik even wat meer gaf (ongeveer 8 s sneller gelopen per 400 m).

De betere (voornamelijk snellere) lopers in onze groep houden hun herstelpauzes ook kort, maar de langzamere lopers zie ik nog te veel wandelen, zeker in de laatste herhalingen. Ik kan het mis hebben, maar volgens mij doet te lang herstel zo’n beetje het hele effect van een intervaltraining teniet, zeker voor de kortere intervallen.

Het is duidelijk dat ik aan snelheid niets ingeboet heb, ondanks mijn lichte overgewicht van pakweg 3 kg (was twee weken geleden nog 7 kg). Dat is goed, want het betekent dat ik me kan concentreren op mijn drempelsnelheid (VȮ2max), oftewel langere intervallen.


Aanstaande zondag ga ik in Halsteren deelnemen aan de Melanenloop, een trimloop in de buurt van de Groote Melanen. Ik kreeg een mailtje van de organisatie dat het parcours is gewijzigd, waardoor de slechte stukken asfalt (boomwortels) er niet meer in zouden zitten. Ik ben benieuwd hoe mijn vier rondjes (10 km) gaan uitvallen. Het wordt meer een testloop dan een wedstrijd. Ik kan uittesten of mijn training past bij mijn wedstrijden en hoe het erbij staat met mijn vVȮ2max.

Bedankt voor het lezen en loop ze!