Minder is meer

Na ruim een maand bijna dagelijks getraind te hebben, heb ik het gevoel dat het wel een beetje minder kan, zij het tijdelijk. Vooral in de eerste week van september had ik veel last van de aanhechting van de Achillespees van mijn linkerbeen. Tot het eind van de maand ga ik kijken of het doseren van mijn training verlichting brengt in de blessure, ook al gaat dat ten koste van de basissnelheid. Ik begin mijn “vakantie van wedstrijden” beu te worden.

https://farm9.staticflickr.com/8160/29234685950_958b7629f3_n.jpg

Donderdag 8 september

  • baantraining: 8,00 km in 51m:55s (6:29 min/km), 129 bpm, 174 st/min
  • gegevens op Garmin Connect
  • 5x 1600 m in:
    10:13, 10:01, 11:29, 8:45, 11:26 min/1600 m

Na de Heen en Weer loop, twee dagen eerder, was ik conditioneel nog niet helemaal hersteld. Hardlopen viel me zwaar en daardoor deed ik slechts 1 sneller 1600tje en de rest rustige 1600tjes (die desondanks zwaar aanvoelden). Ik had ook last van mijn enkel, waardoor ik een paar dagen rust moest houden om te herstellen.

Zondag 11 september

  • groepstraining: 8,60 km in 54m:44s netto (6:22 min/km), 131 bpm, 179 st/min
  • gegevens op Garmin Connect

Het was nog steeds heel zwaar om te lopen en ik moest na een paar kilometer hardlopen met de groep afhaken voor een sanitaire stop bij Stay Okay (paar km verderop). Omdat ik geen enkele kans had om de groep te vinden, liep ik een stukje op mezelf heen en weer, zodat ik na ongeveer een uur bij de startlocatie was.

Dinsdag 13 september

  • bostraining: 9,61 km in 1u:01m:30s (6:24 min/km), 136 bpm, 175 st/min
  • gegevens op Garmin Connect
  • 6x 1600 m in:
    10:56, 10:02, 10:43, 9:52, 10:43 min/1600 m
    9:11 min/1600 m

Door de hoge temperatuur (31 graden Celsius) en mijn gevoelige enkel vond ik het nodig om apart van de groep in het bos te gaan lopen en daar regelmatig herstelpauzes in te lassen om af te koelen. Toen de zon begon te dalen koelde het iets af, waardoor ik er nog een snel 1600tje eruit kon persen.

Donderdag 15 september

  • baantraining: 10,80 km in 1u:00m:37s (5:37 min/km), 143 bpm, 185 st/min
  • gegevens op Garmin Connect
  • minutenloopjes (1 min herstel):
    inclusief herstel 8,16 km in 42m:57s (5:09 min/km)
    zonder herstel 6,27 km in 30 min (4:47 min/km)
    2x 4 min—1,86 km (4:49 min/km)
    3x 3 min—1,87 km (4:49 min/km)
    4x 2 min—1,65 km (4:51 min/km)
    5x 1 min—1,09 km (4:45 min/km)

De opdracht was om een 10 km tempo aan te houden. Helaas weet ik niet wat mijn huidige tempo zou zijn op die afstand, omdat ik al zo lang geen wedstrijden meer heb gelopen. Het gemiddelde tempo van 4:47 min/km voelde wat zwaar aan, wat goed overeen kwam met het gevoel tijdens een 10 km wedstrijd.

Uiteraard had ik achteraf een heftige reactie in mijn enkel, waardoor ik zeker een dag moet overslaan met het hardlopen.


Ik heb voor een korte periode mijn 1600tjes bijgehouden. Er schijnt voor de snelheden die ik behaal tijdens de training een soort van relatie te bestaan tussen de loopsnelheid en mijn gemiddelde hartslag gedurende die loopsnelheid. Op onderstaande grafiek staan de gegevens voor mijn 1600tjes tussen 1 augustus en 16 september 2016 (177 keer 1600 m in anderhalve maand). Horizontaal staat het aantal seconden per 1600 m en verticaal de hartslag in slagen per minuut (bpm). De rechte lijn door deze gegevens heeft een onzekerheid van minder dan een kwart. De verwachte waarde voor de hartslag kan dus zo’n 12 % hoger en 12 % lager zijn dan de gemeten waarde voor de hartslag. Voor een hartslag tussen de 120 en 160 bpm is dat zo’n 17 bpm naar boven of beneden.

Grafiek 1600tjes 2016-09-16

Dat is een ruime marge, die waarschijnlijk terug te voeren is op de uitvoering (hoe ik een 1600 m liep), de omstandigheden (ondergrond, temperatuur, hoogteverschillen in het parcours) en hoe moe ik nog was van voorgaande 1600tjes. Immers, als er meerdere 1600tje achter elkaar gelopen worden, voegt elke volgend 1600tje toe aan de vermoeidheid, plus is het zwaarder lopen onder zwaardere omstandigheden, waardoor de hartslag relatief hoger is dan onder lichtere omstandigheden. Verder wandelde ik bij tragere 1600tjes, om te corrigeren voor een te hoge loopsnelheid. Wandelen is duidelijk een andere manier van voortbeweging, waarvoor het verband tussen snelheid en hartslag hoogstwaarschijnlijk anders zal zijn.

Het geeft aan (in mijn geval) hoe onbetrouwbaar lopen op hartslag is tijdens de training. Wedstrijdresultaten worden beoordeeld op snelheid, niet op hoe zwaar het was om die snelheid vol te houden. Het ligt voor de hand dat ik voornamelijk let op de looptempo’s tijdens mijn trainingen. De waarden voor de gemiddelde hartslagfrequentie tijdens die tempo’s kan ik beschouwen als een extraatje, niet als leidraad voor de training.

Uiteraard geldt deze uitspraak op basis van metingen alleen voor mij, binnen de tempo’s die ik gelopen heb en onder de omstandigheden waaronder ik trainde. Het zijn immers metingen tijdens mijn trainingen, niet die van iemand anders. Wellicht dat er hardlopers zijn waarvoor lopen op hartslag wel waardevol is, omdat er bij hen een strikter verband bestaat tussen loopsnelheid en hartslagfrequentie. Bij mijn loopstijl, manier van trainen en variatie in loopomstandigheden is dat verband blijkbaar te onzeker.

Zoiets is altijd goed om te weten. Ik weet nu dat ik mijn hartslagfrequentie niet hoef te zien tijdens mijn trainingen.

Bedankt voor het lezen en loop ze!