Bredase Singelloop 2018

Omdat ik me voorgenomen had om een bescheiden tijd te lopen in de Bredase Singelloop, liet ik me—toen alle startvakken open gingen voor het startschot gelost werd—al afzakken tot een eind na de snelste prestatielopers, zodat ik zeker niet te snel zou starten. De mensen om me heen hadden een tijd rond de 105 minuten in gedachten en dat was de snelste tijd die ik dacht te kunnen lopen die dag. Het richttempo was 5:10 min/km (110 minuten), maar echt precies zou ik niet zijn, want het was mijn eerste halve marathon sinds 23 september 2017 (meer dan een jaar geleden). Het parcours is ook niet snel. De lopers draaien veel bochtjes en er zijn veel stukken met straatstenen die schots en scheef genoeg liggen om je voeten op stuk te lopen.

Dit is een massale wedstrijd en als je niet in het wedstrijdvak staat, zijn verstoppingen en in botsing komen met medelopers iets wat erbij hoort. Wat ook hoort bij deze wedstrijd is de ongelijke verdeling van waterposten. Zo heb je er drie in drie kilometer, dan acht kilometer geen druppel te drinken. Gelukkig viel de hitte mee, maar was het weer geweest als een dag eerder, dan was het een voordeel geweest om zelf wat drinken mee te nemen. Veel ervaren lopers hadden dat ook gedaan, omdat de organisatie hier meer geeft om het imago van de wedstrijd dan om de lopers. Aangezien dat imago is wat lopers trekt en men het geld nodig heeft om een internationaal kopersveld aan te trekken, is dat niet meer dan logisch.

Enfin, na de trage start (boven 6 min/km) kon ik gelukkig snel wat goed maken, zodat ik bij de eerste kilometer slechts 7 s/km boven mijn richttempo zat. Daar had ik het bij moeten laten, maar eigenwijs als ik was, liet ik het tempo te snel blijven, waardoor ik de eerste doorkomst (10 km) passeerde in minder dan 52 minuten netto hardlopen (51’35”). De snelle rekenaar wist al meteen dat dit 5 seconden te snel was. Eigenlijk liep ik dus precies zo snel als ik me voorgenomen had; alleen was dat eigenlijk al te snel voor die dag. Achteraf bleek dat 5:15 min/km een beter richttempo geweest was.

Hoe dan ook, ik zat er flink doorheen en ik mocht nog ruim elf kilometer ploeteren. Het was niet overal ploeteren, want waar de ondergrond stabiel was zakte het tempo onder de 5 min/km, zonder veel moeite. De ongelijke straatstenen deden dan weer zoveel pijn dat ik het tempo wel moest matigen om genoeg kracht over te hebben voor correcties. Dat kostte veel kracht. Om zaken erger te maken, was er aanzienlijk meer dan 5 km tussen de laatste waterpost voor de doorkomst op de markt en die rond het 15 km punt. Dat er op dat stuk niet veel publiek stond en nauwelijks enthousiast was voor de lopers, verklaart waarom er daar geen extra waterposten stonden, georganiseerd door de buurt zelf, zoals dat wel elders op het parcours het geval was. In een voorgaande editie heb ik toen maar bij iemand om een glaasje water gevraagd, omdat ik zo’n dorst had.

Na het 15 km punt ging het wat beter, maar mijn kruit was grotendeels verschoten. Ik bleef alleen maar lopen door al die jaren van ervaring en zelf-discipline, waardoor ik wist dat je gewoon moet blijven lopen om de finish te bereiken, ondanks de dorst en pijnlijke voeten. Ik kon zelfs nog een dame die relatief alleen liep bij het 17 km punt in anderhalve kilometer naar een groepje loodsen waar ik zei dat ze bij moest blijven, wat er ook gebeurde. Dat deed ik dus ook maar met een groepje dat daarvoor liep. Het verklaart waarom mijn hartslag omhoog ging in de laatste kilometers; het was een poging om nog iets goed te maken van die twee keer dat ik stilgestaan had bij een drankpost om eens goed te drinken.

De benen waren stijf en moe en toch was er nog het stuk naar de markt, met al die oneffen liggende straatstenen. Gelukkig lag er een rode loper voor de finish, om te voorkomen dat sprintende hardlopers er zouden vallen. Tot een sprint kwam het bij mij niet meer, maar onder de 5 min/km kon ik nog wel even geraken, zodat ik onder de 111 minuten zou blijven.

Singelloop breda 2018 10 07

Wat volgde was de lange wandeling naar de RABO bank, met kluisjes à 2 euro (kosten, geen onderpand) of 4 euro voor een groter kluisje als je sporttas helemaal gevuld was en niet in het kluisje paste. Uiteraard stond niks aangegeven, want Breda. Na wat rondzwerven en vragen naar de weg kwam ik dan eindelijk bij het station aan, waar ik mocht instappen in de NS-bus naar Roosendaal, want dat was die dag ook nog aan de hand (werkzaamheden aan de weg èn aan het spoor). Zo’n twee en een half uur na mijn finish stapte ik mijn flatje binnen, waar een enthousiaste Bengaalse kat me opwachtte voor een maaltje eten en een kwartiertje spelen voor ik me mocht douchen, omkleden en eten. Daarna was het kijken naar de eerste uitzending van Doctor Who van 2018, met in de hoofdrol Jodie Whittaker als de dertiende Doctor.

De cijfertjes

Als ik kijk naar het verloop van mijn hartslag dan zie ik een redelijk constante inspanning. Als ik vervolgens zie welk tempo dat daarbij hoorde, dan aanschouw ik een “stervende zwaan” scenario. Het trainingseffect (4,5 uit 5) beaamd dat ook, net als het hersteladvies van mijn horloge (48 uur). Dit was een uitputtingsslag voor mijn lichaam. Ik ben niet meer gewend aan zulke inspanningen te leveren.

De tussentijden volgens GPS waren:
– 0 – 5 km:
5:17, 4:56, 5:09, 5:01, 5:02 min/km
(gemiddeld 5:05 min/km, 149 bpm)
– 5 – 10 km:
4:59, 5:05, 5:09, 5:14, 5:22 min/km
(gemiddeld 5:09 min/km, 156 bpm)
– 10 – 15 km:
5:09, 4:54, 5:15, 5:10, 5:30 min/km
(gemiddeld 5:13 min/km, 156 bpm)
– 15 – 20 km:
5:19, 5:29, 5:23, 5:24, 5:11 min/km
(gemiddeld 5:21 min/km, 156 bpm)
– 20 km – finish:
5:09 min/km 78s/260 m (5:00 min/km)
(gemiddeld 5:07 min/km, 158 bpm)

De officiële tussentijden volgens de elektronische tijdregistratie waren:

  • 5 km in 25’32”, 5:06 min/km
  • 10 km in 51’35” (26’03”, 5:13 min/km)
  • 15 km in 1u17’46” (26’11”, 5:14 min/km)
  • 20 km in 1u44’41” (26’55”, 5:23 min/km)
  • finish in 1u50’22” (5’41”, 5:11 min/km)

En nu verder?

Deze week zal ik eens goed herstellen, om dan over drie weken weer paraat te staan voor de tweede halve marathon van dit jaar, in Etten-Leur, die hopelijk wat minder extreem zal verlopen. Nu weet ik weer uit recente ervaring hoe ik een halve marathon moet indelen qua inspanning.


Bedankt voor het lezen en loop ze!