Morgen een halve marathon in de Prinsenstad

Toen ik zocht in mijn fotoarchief naar de Delftse Parkenloop, zag ik dat ik er slechts een keer eerder gelopen heb, in 2015. Het is een prestatieloop in de diverse Delftse parken, die normaal maandelijks georganiseerd wordt als de Houtloop (3,5 km, 7 km, 14 km) en een keer per jaar (in mei) wordt uitgebreid tot een gecombineerde 5, 10, 15 km en halve marathon loop. De combinatie van de afstanden houdt in dat je veel rondjes loopt, diverse lusjes, zodat je bij elkaar aan je afstand komt. Het betekent ook dat je moet opletten waar je naartoe gaat, zodat je niet voortijdig over de eindstreep loopt.

clubgebouw AV '40

Toentertijd zat ik op een prestatieniveau van ongeveer 1u48′ op de halve marathon. Deze keer verwacht ik niet zo snel te gaan. Met de recente 1u54′ van Oud Gastel is dat een logische gedachtengang. De vorige keer, in 2015, ging ik te snel van start, waardoor ik halverwege al moe begon te worden en langzamer moest lopen. Mijn idee was toen dat—door een aantal kilo’s af te vallen—ik overeenkomstig sneller zou kunnen lopen dan een maand eerder. Die fout ga ik dus niet nog eens maken. Mijn start tempo gedurende de eerste 5 km zal het gemiddelde tempo worden van mijn best gelopen recente halve marathon (die in Oud Gastel dus).

De strategie die voor mij het beste schijnt te werken op de halve marathon is: heel blijven tot het 16 km punt en daarna eventueel versnellen of anders het tempo proberen te handhaven. Dat levert geen spectaculaire verbetering in de tijd op, want in de laatste 5 km kun je maar zóveel tijd goed maken. Bij het lopen van meerdere halve marathons in een serie levert dat wel een geleidelijke verbetering op en dat is zeer motiverend. Aangezien ik geen kans maak op een podiumplek (prijzengeld) is motivatie door een opgaande lijn voor mij genoeg compensatie voor de trainingsarbeid in de voorbereiding op wedstrijden.

Zes dagen afbouwen in de training

Dinsdag liet ik mijn gezicht maar weer eens zien op de baan van AV Spado, nu het nog kan (de baan wordt dit jaar gerenoveerd van 6 naar 8 banen). Terwijl de rest hun korte intervallen deed als kern op de baan, deed ik mijn 1500 m tempo’s buitenom op ongeveer het tempo dat hoort bij mijn anaerobe drempel.

  • 3x 1500 m (400+ m herstel) in:
    7:43, 7:41, 7:39 min/1500 m
    (gemiddeld 5:07 min/km)

Woensdag deed ik dezelfde route door het bos als een week eerder, maar dan in omgekeerde richting. De opdracht was 8 km op rustig tempo en dat deed ik ook.

bankje in het bos

Donderdag was mijn laatste snelheidstraining voor de wedstrijd, aanzienlijk korter en niet zo intensief. De kern was 200tjes op 10 km tempo, met 200 m herstel.

  • 5x 200 m (200 m) in:
    58, 58, 55, 58, 56 s/200 m
    (gemiddeld 4:45 min/km)

Zaterdag liep een eindje los, met anderhalve kilometer op wedstrijdtempo. Normaal moet ik veel moeite doen om dit tempo vol te houden en mijn hartslag tegen het eind van de 1500 m gaf ook aan dat ik moeite deed, maar zo ervoer ik het dus niet. Ik gooi het maar op het minderen van de training deze week, zodat ik morgen uitgerust aan de start verschijn.


Bedankt voor het lezen en loop ze!

Reageer met facebook