Kievitloop november 2021

Ik voelde het al in het startgebied van de Kievitloop, ik was nog niet helemaal hersteld van de 15 km die ik een week eerder liep in Zoetermeer. Ook na het startsignaal bleef dit gevoel bij me. Het zou een zware dobber worden om de streeftijd van 47 minuten te bereiken in mijn 300ste wedstrijd.

Running selfie.

👆 Running selfie.

De Kievitloop beleefde haar eerste editie sinds de Corona-crisis; de vorige (niet-virtuele) versie was op 19 januari 2019, die ik destijds als 15 km trainingsloop deed, volledig onbewust van het feit dat het de laatste keer sinds lange tijd zou zijn (februari werd afgelast vanwege het extreme weer en 11 maart 2019 ging de lockdown in). Iedereen had er duidelijk zin in.

Mensen bleven netjes uit elkaar staan en er was geen publiek. De lopers hadden hun startbewijs opgehaald na het tonen van een QR-code en identiteitsbewijs. Het was perfect geregeld, want alles was in de buitenlucht, dankzij het droge weer. Iedereen wist ervan, want ik heb geen scenes gezien van gefrustreerde lopers die het een en ander vergeten waren.

De start ging zoals je verwacht van Nederlanders, snelle lopers voorop, geen gedrang in de eerste paar honderd meter. Met 91 lopers was dat ook niet te verwachten. Ik schoof langzaam op naar een tempo dat beter paste bij een sub-47 minuten 10 km. Ik had de app Peter’s Pacer ingesteld op 10 km, 4:42 min/km, ronde-alarm per 1000 m. Het ging perfect. Bij het naderen van het lusje in het bos had ik 11 s voorsprong opgebouwd en had slechts 6 s verlies op het bospad en scherpe keerpunt. Dit zou best eens kunnen lukken!

De tweede ronde was duidelijk een stuk zwaarder en ik was blij dat ik genoeg kilometers in de benen had zitten. De onzekerheid was ook stukken minder. Ik moest gewoon het tempo vasthouden, zodat ik mijn 5 s voorsprong op de eindtijd kon gebruiken voor de tweede keer op het bospad. Dat lukte enigszins. Ik had 1 s achterstand bij het terugkeren op het asfalt. Dat zou ik nog wel kunnen inhalen in de laatste 200 m. De eindsprint was bedaard, 4:24 min/km, slechts 18 s/km sneller.

Na de finish had ik ruim een minuut nodig om bij te komen. De officiële eindtijd zou ik thuis wel zien, maar ik wist dat ik er rond de 47 minuten over gedaan had. Omdat het niet de bedoeling was om na te kaarten met clubgenoten, ging ik meteen huiswaarts. Ik had vooraf al 3 km ingelopen en nu mocht ik achteraf, heel moeizaam, nog eens 7 km uitlopen, om er zo 20 km van te maken. Dat was namelijk wat er oorspronkelijk op het schema stond (20 km duurloop met versnellingen).

Eenmaal thuis bleek dat ik er 46’59” over had gedaan, ruim voldoende voor een marathon binnen 4 uur. Dat is namelijk wat er volgende week zondag op het programma staat in Spijkenisse.

Ciao!